|
In 1924 werd de Christelijke voetbalvereniging "De Leeuwarder Zwaluwen" opgericht. Naar aanleiding van het 75-jarig jublileum (in 1998) is er onder andere door R.J. Broersma een heraldisch wapen ontworpen

Klik voor vergroting
Verder is ter gelegenheid van dit jubileum een prachtig boek uitgegeven getiteld "75 jaar Zwaluwen", geschreven door Chris Kruisinga met foto's van Dick van der Heide jr.
Een kleine greep uit dit boek geeft een beeld van de historie van deze voetbalvereniging. Bij het Rooie Dorp werd hoofdzakelijk gevoetbald door jongens van Achter de Hoven. Op de foto hiernaast het eerste elftal van de twintiger jaren. Politiek was men niet rood, want men voetbalde alle dagen behalve zondag, terwijl het voetbal in die dagen eigenlijk so wie so als een "goddeloas spel" werd beschouwd.
Toch waren enkele leden (zelfs) lid van de socialistische Arbeiders Jeugd-centrale. Deze niet kerkelijke leden hebben kennelijk een groot stempel gedrukt op de keuze van de kleur van het shirt. De jongelui van kerkelijke huize wilden hun protestantse aanhankelijkheid aan het Koninklijk Huis demonstreren door te kiezen voor een oranje shirt. Komt niets van in, zeiden een drietal anderen. Tenslotte had Pieter Jelles Troelstra een paar jaar eerder, in 1918, nog een rooie revolutie in ons land willen uitroepen en in 1924 had de SDAP nog niet veel op met vorstin en vaderland. Dus geen oranje shirts. Als compromis werd het blauwe shirt gekozen met witte kraag en witte manchetten. Ook met de keuze van de naam boekten de "rooien" de overwinning. De oranjegezinde medeleden hadden als koningsgezinde naam "Oranje Nassau" in gedachten, maar dit ging niet door vanwege een veto van AJC-zijde. Uit arremoede werd het toen maar Zwaluwen.
In 1925 werd via een Commissie van Toezicht het verzoek van Zwaluwen besproken om een voorzitter te leveren. Zo werd de commissie nauw betrokken bij de gang van zaken en dit was zeer slim van de voetballende jongens, want via de commissie kon nog wat geregeld worden. Zo kon de club gratis gebruik maken van de doelpalen die de Hervormde Stadszending bezat en die op Sonnenborgh bij de Troelstraweg stonden. Dit hield in dat Zwaluwen voortaan op dat terrein kon voetballen en dat het bouwterrein bij het Rooie Dorp voorgoed verlaten kon worden. De club was zo binnen de kortste keren in goeden doen gekomen.
De voorzitter van de commissie mocht voortaan beslissen over de nieuwe leden die zich bij Zwaluwen meldden,zowel de senioren- toen 17 jaar en ouder - als de aspiranten. Ook dit was slim bedacht door de jongens die dus zelf geen kandidaten hoefden af te wijzen die ze niet bij hun club wilden hebben. Voor sommige kerkelijke kringen was Zwaluwen, hoewel tot de komst van Blauw-Wit in 1934 de enige christelijke voetbalclub, niet zonder meer aanvaardbaar. Heel wat ouders hadden heel veel bezwaren om hun zoontjes lid te laten worden van een club die een "goddeloas spel" beoefende.
Zwaluwen had bij de oprichting bepaald niet op zondag te voetballen. De club had wat dat betreft een duidelijk christelijke signatuur. Toch gaven de reglementen dat niet aan.
In april 1932 kwam daar verandering in. Het bestuur stelde de Algemene Ledenvergaderingvoor om voortaan in alle opzichten als christelijke vereniging naar buiten te treden en de reglementen op dit punt aan te passen. De leden gingen akkoord. Nadien is niet meer aan de christelijke grondslag van de club getornd en nog altijd worden bestuur- en ledenvergaderingen met gebed geopend en gesloten.
In 1934 vierden de Zwaluwen hun 10-jarig bestaan en kregen hiervoor als cadeau een eigen clubvlag en bovendien twee doelnetten. Wedstrijden zonder doelnetten waren in die tijd nog heel gewoon, net als doelsaldi van 62-19, of 33-38. Begin jaren dertig verhuisde Zwaluwen naar het Fonteinland, omdat in Leeuwarden een tekort aan voetbalvelden ontstond. Dit Fonteinland stond vaak weken lang blank van het water, dus een aantal leden was voorstander gebleven om op Sonnenborgh te blijven voetballen, maar Zwaluwen bleef nu op het Fonteinland.
Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan hield Zwaluwen eind augustus seriewedstrijden in twee klassen, elk van vier teams. Zwaluwen is opnieuw Fries CNVB-kampioen geworden, maar zal niet meedoen aan de wedstrijden om het landelijk kampioenschap: dat is te duur. In het seizoen 1933-1934 steeg het aantal leden van 25 tot 42. Het aantal donateurs, de meeste voor ƒ 1,-- per jaar bleef 36. Het jaarverslag vermeldt: "Van jongensclub zijn wij geworden een Chr. (het woordje is er later boven geschreven) voetbalvereniging die er zijn mag. Op het gebied van de onderlinge vriendschap valt echter nog veel te verbeteren". In dit zelfde jaar neemt de ledenvergadering een voorstel van een der leden aan om voor en na de wedstrijden geen alcohol te gebruiken.
Vanaf de late jaren dertig en de oorlogsjaren werd er op de Schenkenschans gevoetbald. Dit veld lag toen nog buiten de stad. In de oorlogsjaren werd nog wel gevoetbald. Zwaluwen moest in 1941 een paar flinke fietstochten ondernemen om uitwedstrijden te spelen: twee keer 30 kilometer naar Drachten en twee keer 25 kilometer naar Harlingen. Het Fonteinland, centraal gelegen, werd de ontmoetingsplaats voor wedstrijden waar clubs uit Dokkum, Drachten, Sneek en Harlingen tegen elkaar speelden. Dat betekende dat Zwaluwen zelf nogal eens niet kon voetballen.
In augustus 1944 recipieert het bestuur vanwege het twintigjarig bestaan in Zalen Schaaf. Er komt een clandestien gedrukt clubblad uit, door bemiddeling van Zwaluwenleden gedrukt bij hun werkgever drukkerij Eisma. In dit jaar werd binnen de club een korfbalafdeling opgericht.
In 1946 verandert de vereniging van naam en heet voortaan Christelijke Sportvereniging De Leeuwarder Zwaluwen. Het 25-jarig bestaan (1949) werd in het Oranje Hotel gevierd met een receptie die volgens het verslag op een hoog peil stond. Als geschenk kreeg de club een verhuizing naar het Marnixterrein aangeboden.
1954 was volgens het jaarverslag een jubeljaar; de club bestond dertig jaar, de korfbalafdeling tien jaar. Het eerste elftal wist de derde klasse te bereiken. Opnieuw een receptie in het Oranje Hotel en er werden toernooien georganiseerd voor voetballers en korfballers en "it selskip" Tetman de Vries bracht in een Harmoniezaal vol Zwaluwen de revue "De tiid sil it leare". Een jaar later krijgt Leeuwarder Zwaluwen er een volleybalafdeling bij en aan het eind van het seizoen 1956/'57 telde Zwaluwen 170 voetballende leden, 61 korfballers, 13 volleyballers en 89 donateurs. Vier spelers van het eerste werden geselecteerd voor het noordelijk zaterdagmiddagelftal: Klaas Dijkstra, Meine Jongsma, Johan Weijer en keeper Gerrit Stoffels.
 v.l.n.r.: Jelle Spandauw, trainer Hennie Stelwagen, half achter Stelwagen, Tjipke Feenstra, Sicko de Leeuw, Klaas Dijkstra, keeper Jannes Buwalda, Wiek de Ruiter, Frans Beekman, Piebe Dijkstra, Johan Weijer, Dick Nijenhuis en Theo Douma. In trainingspak Feite de Vries.
 Omstreeks 1960 was Leeuwarder Zwaluwen verscheidene malen de sterkste noordelijke zaterdagclub. De foto hiernaast van het kampioenselftal dateert van 1960. Achter een afrastering van jeugdleden en met een schare supporters in de rug. In de begin jaren 60 kwam de volledig vrije zaterdag meer en meer in zwang met als gevolg dat neutrale verenigingen op die dag meer activiteiten ontplooiden. " Wij als bestuur en leden zullen onze principes meer dan ooit moeten vasthouden en uitdragen". Zwaluwen bleef principieel tegen de toto, ondanks de grote baten die hieruit kunnen voortkomen. De club kon nog altijd financieel redelijk rondkomen, maar het aantal leden nam af naar 294 leden. De gouden periode van het eerste was voorbij. Het elftal ontsnapte nog maar net aan degradatie. Ook het eerste korfbaltwaalftal eindigde onderaan.
In 1964 kon men van het trainingsveld aan de Heliconweg geen gebruik maken vanwege de grote tentoonstelling Frisiana, zodat op het parkeerterrein aan de Tesselschadestraat geoefend moest worden!
Gelukkig kwam Zwaluwen in 1967 op het nieuwe complex 't Nijlân te voetballen. Met de beide andere clubs op het Nijlân, Friesland en FVC, diende Zwaluwen in 1968 bouwplannen in voor eigen clubhuizen.
Echter pas in 1973 was er een fonds van ƒ 20.000,-- voor een nieuw clubhuis, zodat de "kleine kantine" op de sintelbaan verlaten kon worden. Het bestuur kreeg machtiging om met gemeentegarantie ƒ 35.000,-- bij de bank te gaan lenen. Inmiddels was het eerste in mei 1972 onder leiding van trainer Dutrieux naar de 2e klasse gepromoveerd. Het verblijf van het eerste in de 2e klasse was helaas van korte duur. Na 1 jaar weer terug naar de 3e klasse.
Het jubileumjaar 1974 begon met een nieuwjaarsreceptie, waarmee een sindsdien ononderbroken traditie van start ging. In het nieuwe clubhuis werd een tentoonstelling van foto's en krantenknipsels ingericht. Ter gelegenheid van het jubileum mocht Leeuwarder Zwaluwen op tweede pinksterdag het landelijk VCV-toernooi organiseren met meer dan 130 clubs, het grootste dat ooit in Friesland gehouden is. De EO televisie maakte opnamen voor een lange uitzending.
In 1975 promoveert het eerste wederom terug naar de 2e klasse, dit na een 1-1 gelijk spel thuis tegen Bolswardia en eindigt seizoen 1975/'76 als tweede in de 2e klasse. Trainer Dutrieux nam afscheid, en de jaren hierna kwamen en gingen trainers. Het bestuur werd b.v. in 1983 van verscheidene kanten benaderd over de slechte prestaties van het eerste. Het publiek en de leden beginnen eisen te stellen. In 1984 wordt het eerste kampioen van de 4e klasse en promoveert. Het bestuur bepaalt dat shirtemblemen niet meer verplicht zijn, dit gezien de zeer gevarieerde wijze van bevestiging. De trainer is vaderlijk toegesproken vanwege zijn gebruik van krachttermen in een wedstrijd van het eerste. In 1986 is het nog steeds moeilijk om leden aan te trekken of te behouden. Dat komt vooral door het zaalvoetbal. Leden die willen bedanken zullen persoonlijk worden benaderd. Overwogen wordt of Zwaluwen ook met zaalvoetbal moet beginnen.
|